Uitgebreide biografie en meer over kunstcriminaliteit

ICN01_NK3394_W

Een valse Vermeer, verkocht door Han van Meegeren aan Hermann Goering

Arthur Brand is geboren en getogen in Deventer. Al op jonge leeftijd raakt hij geïnteresseerd in kunst en geschiedenis. Zijn grootvader vertelt hem smeuïge verhalen over een schoolgenoot van hem, Han van Meegeren, de wereldberoemde vervalser uit Deventer die tijdens de Tweede Wereldoorlog valse schilderijen wist te verkopen aan Rijksmaarschalk Herman Goering. Na de middelbare school woont Arthur Brand in Zuid-Spanje, een gebied met een rijke historie. Hij ontmoet er wat mannen die zich bezighouden met het graven naar archeologische voorwerpen, een illegale maar lucratieve bezigheid. Na lang aandringen mag hij mee op een van hun nachtelijke tochten. Gewapend met schoppen, metaal-detectors, zaklantaarns en een oud jachtgeweer gaan ze op pad. Hoewel de vangst volgens de schatgravers mager is, slechts twee zilveren Romeinse munten, is Brand enorm onder de indruk. Na een studie Spaans en geschiedenis en een verblijf in Buenos Aires, Argentinië, besluit hij dan ook zich te verdiepen in de kunst- en antiquiteitenhandel, een handel waarin jaarlijks tientallen miljarden omgaan.

Kunstmaffia

Hij ontdekt dat de schatgravers uit Andalusië niet de enigen zijn in de kunsthandel die geld verdienen met illegale praktijken. Kunst en criminaliteit blijken goed samen te gaan en lieden van allerlei pluimage houden zich ermee bezig. Dit gezelschap wordt wel eens aangeduid als de ‘kunstmaffia’. Zo zijn er scrupuleuze kunsthandelaren en vervalsers die hun klanten voor grof geld tillen. Naar schatting is er met een kwart van alle verkochte kunst en antiquiteiten iets mis, van stiekeme restauraties tot complete vervalsingen.

CS_14_pocks

Dit is geen foto van de maan maar van een gebied waar schatrovers hebben gegraven. Klik om te vergroten…

Maar er zijn nog andere vormen van kunstcriminaliteit. De Italiaanse maffia en de terroristen van de IRA pakken het grootschalig aan: enkele van de grootste kunstroven uit de geschiedenis staan op hun naam. Het merendeel van de geroofde kunst duikt nooit meer op. De schilderijen die in 1990 werden gestolen uit het Isabella Stewart Gardner Museum te Boston, met een waarde van maar liefst $ 500 miljoen, zijn nog altijd spoorloos. Zowel de maffia als de IRA geldt als verdachte in deze zaak.

Sinds kort is er sprake van een verontrustende ontwikkeling in de illegale kunsthandel. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat ook groeperingen als de taliban en IS zich bezighouden met de smokkel van illegaal opgegraven oudheden.

De CIA becijfert de omzet van de illegale kunsthandel op minimaal zes miljard dollar per jaar. Maar de schade die de kunstmaffia aanricht is niet alleen financieel. Zo kunnen bijvoorbeeld vervalsingen een verkeerd beeld geven van de ontwikkeling van een bepaalde schilder. En het illegaal opgraven van eeuwenoude schatten, die veel historische informatie bevatten, onthoudt ons kennis over het verleden. Het is alsof je bladzijden uit een geschiedenisboek scheurt.

Om uiteenlopende redenen wordt aan deze zaken zo min mogelijk aandacht besteed. De kunsthandel wil de reputatie hoog houden een deftige en eerlijke business te zijn en de kunstcriminelen hebben vanzelfsprekend geen behoefte aan openheid. Brand besluit zich te gaan richten op deze schaduwzijde van de kunsthandel.

Het verboden Judas-evangelie

Tot zijn verbazing ontdekt Brand dat de illegale kunsthandel slechts door enkele tientallen personen wordt geleid, die in wisselende verbanden samenwerken. Zij staan aan de top van de piramide, met daaronder de schatrovers, vervalsers, smokkelaars en kunstdieven. Brand weet in de loop der jaren voorzichtig contact te leggen met de top. Zij zien in de Nederlandse jongeman met zijn onschuldige vragen geen enkele bedreiging. Voorlopig althans.

judas_gospel_enlarge

Een pagina uit het Judas-evangelie

Brand raakt betrokken bij zaken die wereldwijd het nieuws halen. Zo is hij erbij wanneer in 2005 de beruchte ex-kunstsmokkelaar Michel van Rijn foto’s van een oude papyrusrol publiceert met daarop een tekst die een kleine tweeduizend jaar geleden door de kerk was verboden. De kerk vond de inhoud zo gevaarlijk dat alle papyrusrollen met deze tekst destijds waren vernietigd. Kennelijk had iemand één exemplaar weten te verstoppen dat eeuwen later bij toeval was opgedoken. Op deze papyrusrol die Van Rijn publiceert, staat het verhaal van de man die Jezus verraadde: het Evangelie van Judas. Volgens dit evangelie is Judas geen verrader. Integendeel.

De Da Vinci Code in het echt…

(zie voor deze en alle andere genoemde zaken op deze pagina de tab ‘Cases’.)

Naamloos

Een Atheense Dekadrachme

Niet lang daarna komt Brand op het spoor van een belangrijke muntschat die in de vijfde eeuw v.Chr. bij de rivier de Eufraat, op de huidige grens van Syrië met Turkije, is begraven en door schatgravers is gevonden. Vervolgens zijn de duizenden munten op de illegale markt verhandeld. De schat, met een waarde van tientallen miljoenen euro’s, bevatte onder andere 15 uiterst zeldzame Dekadrachmen, ook wel de Mona Lisa onder de munten genoemd. Brand weet een belangrijk aantal van de uiterst kostbare Dekadrachmen te lokaliseren. Wat hem niet in dank wordt afgenomen door de ‘kunstmaffia.’ Over deze zaken publiceert hij in 2006 het boek Het verboden judas-evangelie en de schat van Carchemish. Er zijn inmiddels onderhandelingen gaande over een internationale verfilming.

Illegale opgravingen en vervalsingen

6a00e54f9f8f8c8834019b0123c7bc970c-800wi

In 2008 heeft Brand een belangrijk aandeel in de inbeslagname van geroofde kunstvoorwerpen uit Peru ter waarde van 60 miljoen euro door de Duitse politie. De gouden en zilveren voorwerpen waren afkomstig van een koning die in het jaar 250 n.Chr heerste over de Moches, de voorgangers van de Inca’s. Zijn graf werd in 1986 gevonden en geplunderd door grafrovers waarna de spectaculaire voorwerpen illegaal werden verkocht aan rijke verzamelaars.

Scan10001

Het valse Olmeken-hoofd

In datzelfde jaar ontmaskert Brand een vervalsing van 15 miljoen euro. Het betreft een kolossaal stenen hoofd dat is verkocht als zijnde drieduizend jaar oud, afkomstig van de Olmeken. De Olmeken waren een raadselachtig volk dat eens heerste over grote gebieden in Zuid-Mexico. Het beeld gaat vergezeld van echtheidscertificaten, afgegeven door vooraanstaande experts en laboratoria. Tot Brand de beschikking krijgt over foto’s waarop een man te zien is die het hoofd uithakt. Het beeld blijkt dus een moderne vervalsing te zijn. De ontdekking heeft zelfs politieke gevolgen aangezien er een Costaricaanse minister bij betrokken is.

Artiaz: Roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog

In 2011 richt Arthur Brand samen met David Kleefstra het kunst- en adviesbureau Artiaz op. Onder hun klanten bevinden zich verzamelaars, beleggers, handelaren, veilinghuizen en musea. Artiaz helpt hen de vele valkuilen te ontwijken die de kunsthandel rijk is.

minvanjustitie

De Franse Minister van Cultuur, Aurélie Filippetti, naast het betreffende schilderij, links op de foto

Één van de expertises van Artiaz is het opsporen van roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1933 en 1945 vond onder leiding van Adolf Hitler de grootste kunstroof uit de geschiedenis plaats. Nog altijd worden meer dan honderdduizend kunstvoorwerpen vermist waarnaar de erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaren op zoek zijn. Brand en Kleefstra ontdekken in 2011 dat het Amsterdam Museum een schilderij in zijn collectie heeft dat is gestolen van een joodse familie die de oorlog niet heeft overleefd. Het leidt tot een uitzending van Brandpunt. Een ander geroofd schilderij blijkt nota bene in het Louvre te hangen. De Franse minister van cultuur overhandigt het schilderij tijdens een officiële plechtigheid aan de erfgenamen. Artiaz is uitgenodigd en wordt officieel bedankt.

Loo2

In mei 2014 onthult Artiaz dat zich in de verzameling van de Koninklijke Collectie in Paleis Het Loo roofkunst bevindt. De voorwerpen, zes porseleinen serviesdelen, zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog geroofd en in 1976 door koningin Juliana aangekocht. Het leidt tot voorpagina-nieuws.

paardekop

In 2015 doen Arthur Brand en zijn collega’s een ontdekking die in de Duitse pers wordt uitgeroepen tot vondst van het decennium. Rondom zijn machtscentrum in Berlijn, de Nieuwe Rijkskanselarij, had Hitler metershoge beelden laten plaatsen van zijn favoriete beeldhouwers. Altijd was aangenomen dat deze beelden verloren waren gegaan tijdens de ‘Slag om Berlijn.’ Groot was de opschudding dan ook toen Brand en collega’s na 70 jaar alsnog deze kunstschatten van Hitler op het spoor kwamen en deze vervolgens door de Duitse politie werden geconfisqueerd. Een verhaal over geheime diensten, oud-nazi’s en corrupte legerofficieren dat wereldnieuws werd…

Artiaz lost museumroven op

foto

Sander van Betten en Arthur Brand met het beeld van Zadkine

Ook op het gebied van het oplossen van museumroven heeft Artiaz inmiddels een naam opgebouwd. Arthur Brand levert in 2009 samen met privédetective Sander van Betten een gestolen buste van Zadkine af bij de Franse ambassade. Het beeld, Vincent van Gogh voorstellend, is twintig jaar daarvoor ontvreemd uit een Frans museum. Eind 2013 weet Brand twee belangrijke werken van de Nederlandse kunstenaar Jan Schoonhoven terug te bezorgen die enkele maanden eerder zijn gestolen uit het museum Van Bommel van Dam te Venlo.

Lezingen en documentaires

Naast al deze zaken geeft Arthur Brand lezingen en is hij vaak te zien in documentaires, waarvan enkele internationale prijzen in de wacht sleepten.